Tweede Kamer debatteert over dierproeven en TPI

Minister Carola Schouten legde op donderdag 11 april verantwoording af in de Tweede Kamer over de voortgang van de Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) en het beleid voor dierproeven. Ze deed dat zij aan zij met collegaminister Ingrid van Engelshoven, die verantwoordelijk is voor het wetenschapsbeleid en het Biomedical Primate Research Centre (BPRC).

Lof voor TPI

Kamerleden hebben lof voor de inspanningen om de transitie naar proefdiervrije innovaties te versnellen. ‘Complimenten voor TPI, ga zo door,’ zegt Von Martels (CDA). Weverling (VVD) is ‘blij met TPI’ en noemt het aantal organisaties dat meedoet ‘indrukwekkend’. Moorlag (PvdA) vraagt ‘of TPI na 2020 een vervolg kan krijgen’. ‘De kern van TPI is het streven naar betere wetenschap,’ vindt De Groot (D66). Deze basis voor succes ziet hij terug in de regie op TPI. Ook hij geeft daarom zijn complimenten.

Futselaar (SP) wil de voortgang van TPI niet tekortdoen, ‘maar streven naar streefbeelden, mevrouw de voorzitter, ik citeer letterlijk uit de brief van de minister, geeft wel aan dat we nog maar aan het begin staan.’ Zijn openingsbijdrage heeft eenzelfde teneur als die van andere Kamerleden: naast steun voor TPI zeer kritische noten over dierproeven.

Dierproeven

In het eerste deel van het debat zijn de meeste Kamerleden vooral kritisch over de sturing van het kabinet op dierproeven. ‘Ik word al dertien jaar voor de gek gehouden. Hoe gaan de vier ministeries onderzoekers dwingen alternatieven voor dierproeven te gebruiken?’ (Graus, PVV) ‘Het dossier waar ik het meest moedeloos van word’ (Futselaar, SP). ’Het gaat om 1 miljoen dieren, de regering staat erbij en kijkt ernaar’ (Wassenberg, PvdD). ‘Moedeloos word ik er van’ (Moorlag, PvdA). ’Hoe lang wordt de Kamer nog op de proef gesteld? Tientallen keren hebben we erover gesproken en toch is er een forse stijging’ (Von Martels, CDA).

Weverling (VVD) en De Groot (D66) kiezen in hun opening voor een andere benadering. Weverling: ‘Dierproeven leveren een belangrijke bijdrage bij het ontwikkelen van geneesmiddelen voor levensbedreigende ziekten. Natuurlijk moeten we met TPI zoeken naar alternatieven maar dierproeven zullen ook nog nodig blijven.’ De Groot benadrukt dat er ‘veel incentives in het wetenschappelijke systeem zijn gericht op de keuze voor proefdieren’ en vraagt de ministers of ‘zij bereid zijn het huidige beleid dat dit teveel in stand houdt principieel ter discussie te stellen’.

BPRC

De discussie met minister van Engelshoven over het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) toont alle kanten van het vraagstuk. De minister van OCW ziet geen verschil tussen de ambitie van het Kabinet en de Kamer. ‘Na het advies van het Rathenau Instituut heb ik meteen het besluit genomen om het aantal dierproeven met apen in het BPRC met 40% te laten verminderen.’

Wassenberg (PvdD) houdt de minister voor ‘dat er in de afgelopen vijftien jaar niets van eerdere voornemens is gerealiseerd’. Van Engelshoven wil niet de geschiedenis induiken en gaat het BPRC aan de 40% vermindering houden.

Daarnaast meldt de minister van OCW dat ze het BPRC vraagt te investeren in alternatieven en dierenwelzijn. OCW betaalt het centrum daarvoor al 2,3 miljoen euro.

Het BPRC zal ook in gesprek moeten met de wetenschappers waarmee het samenwerkt. Dat kan volgens Van Engelshoven vorm krijgen in een helpathon. Deze manier van werken – waarbij onderzoekers bij het vinden van alternatieven voor dierproeven hulp vragen aan een TPI-vernieuwingsnetwerk – is in het vernieuwingsnetwerk Innovatief gezondheidsonderzoek effectief gebleken.

Alternatieven staan centraal

Vrijwel alle Kamerleden leggen een verband tussen de bijna achttien procent stijging van het aantal proefdieren in 2017 en TPI. Vooral Futselaar (SP) vraagt hierop door: ‘Het zijn teleurstellende cijfers over 2017. Wanneer denken beide ministers een afname te gaan zien met de ambities en inspanningen op TPI?’ Minister Schouten vertelt dat ‘uw reactie op de stijging van het aantal dierproeven ook mijn eerste reactie was’. Ze vindt het echter niet realistisch om een reductiepercentage te noemen. ‘Het is geen lineair proces met heldere afrekenbare tussenstappen. Kern is de zoektocht en verspreiding van alternatieven en voorlopig is dat nog een donkey road,’ aldus Schouten.

‘Gezondheidsonderzoek met wetenschappelijke excellentie zonder proefdieren’ is volgens minister Schouten de kern van de opgave waarvoor we met elkaar staan en een heldere ambitie van dit kabinet. ‘Daarom zijn we in 2018 ook gestart met TPI.’ Ze vindt dat TPI inmiddels ‘goed uit de startblokken is gekomen’ en ziet steeds meer personen en partijen aansluiten bij het benodigde gesprek. ‘De beweging wordt steeds breder, met de vernieuwingsnetwerken als spil van de aanpak.’

Toezeggingen en vervolg

In het debat brengen Kamerleden diverse suggesties naar voren. Op verzoek van partijgenoot De Groot (D66) gaat minister van Engelshoven het gesprek aan met redacties van wetenschappelijke tijdschriften over de vaak gestelde voorwaarde dat voor publicaties onderzoek met proefdieren gedaan moet zijn.

Minister Schouten laat op haar beurt weten dat zij ook na 2020 ruimte maakt in haar begroting voor TPI. Ze vindt het logisch om TPI deze kabinetsperiode met regie vanuit LNV door te zetten: ‘Wij kunnen als ministerie van LNV in deze fase boven de partijen hangen en ik heb een deskundige club mensen die de vernieuwingsnetwerken ondersteunen.'

De Tweede Kamer plant nog een Voortgezet Algemeen Overleg (VAO) met beide ministers. Kamerleden kunnen dan ook moties indienen.