We moeten krachten bundelen om kansen te pakken

Henk Smid is sinds 15 januari 2020 voorzitter van het NCad. Hij was eerder als directeur van ZonMw betrokken bij de Transitie Proefdiervrije Innovatie

Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid, waarvan Henk voorzitter is, geeft adviezen en verbindt werkvelden, om zichtbare verbeteringen te realiseren en dierproeven te vervangen, verminderen en verfijnen. Henk Smid: “Mijn persoonlijke drijfveer om mee te werken aan de transitie naar proefdiervrije innovatie is dat we het stimuleren van vernieuwende wetenschap heel goed kunnen combineren met de transitie naar onderzoek dat geen gebruik maakt van dieren. Zo wordt gewerkt aan twee doelen tegelijk. We moeten alles op alles zetten om daar te komen.”

Aan de basis van TPI

In 2016 heeft het NCad in haar publicatie ‘Transitie naar proefdiervrij onderzoek - Over mogelijkheden voor het uitfaseren van dierproeven en het stimuleren van proefdiervrije innovatie’ meerdere adviezen gegeven. Eén daarvan luidde dat de overheid de regie zou moeten nemen en ook anderen zou moeten betrekken in een samenhangend beleid. Hieruit is TPI ontstaan. Henk Smid: “Het NCad heeft - als deskundige spin in het web en vanuit haar verbindende rol tussen partijen - meegewerkt als één van de vormgevers van TPI en is nu betrokken als actief agenda-lid van het kernteam van TPI. We trekken samen op in het versnellen van proefdiervrije innovatie. Het NCad stimuleert samenwerking in alle onderzoekdomeinen voor een aanpak met streefbeelden voor proefdiervrij onderzoek. Een streefbeeld beschrijft heldere transitiedoelen welke zijn gericht op een afname van het proefdiergebruik bij gelijke of betere onderzoekskwaliteit. Momenteel zijn er streefbeelden gestart binnen het onderwijs en het cardiovasculaire domein. We monitoren de resultaten die de streefbeelden opleveren goed ten behoeve van een meer ketengerichte benadering van het innovatiebeleid. Dat zal multidisciplinaire samenwerking stimuleren, waardoor daadwerkelijke toepassing van de proefdiervrije innovaties in zicht komt.”

Samenwerking binnen Europa

Het NCad heeft haar transitie-advies internationaal uitgedragen in verschillende gremia, zoals op het tiende wereldcongres over alternatieven voor proefdiergebruik in de life sciences in Seattle. “Er kwamen vanuit verschillende landen verzoeken voor een presentatie, waarbij men zeer geïnteresseerd was naar de adviezen en krachten die nodig zijn om een transitie in gang te zetten en het proefdierveld te mobiliseren. Het NCad is een samenwerkingsverband gestart met andere Nationale Comités. Dit heeft geleid tot het European NC Network. We spreken in dit netwerk over een breed palet van onderwerpen, waarbij de transitie naar proefdiervrij onderzoek één van de grotere thema’s is. Inmiddels zijn er 12 Nationale Comités aangesloten en binnenkort vindt er weer een bijeenkomst plaats. Alhoewel er meerdere landen geïnteresseerd zijn in onze aanpak, is het moeilijk om aan te geven in hoeverre daadwerkelijke stappen worden gezet in de verschillende lidstaten.”

Nederland is voorloper

“Vanuit grotere 3V-centra binnen Europa worden regelmatig doorbraken gemeld die vermindering van het aantal proefdieren tot gevolg hebben. Deze 3V-centra richten zich in eerste instantie op de 3V's (Verfijning, vermindering en vervanging), belangrijke uitgangspunten in het proefdieronderzoek over hoe onderzoekers zo zorgvuldig mogelijk met proefdieren om gaan. Met haar transitie-benadering, zoals voorgesteld door het NCad en wordt uitgedragen vanuit TPI, neemt Nederland een unieke plek in."

"In dat opzicht is Nederland internationaal voorloper in het streven naar betere wetenschap, waarbij proefdieren minder nodig zijn. Een aantal lidstaten heeft een 3V-centrum, dat als een inhoudelijk consensus platform fungeert. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de inbedding van de Nationale Comités in relatie tot een 3V-centrum vaak anders ingericht is dan in Nederland het geval is. Echter bepaalde elementen uit het gedachtengoed van 3V-centra zou Nederland kunnen helpen vanuit een meer ketengerichte benadering om het transitievraagstuk verder vorm te geven.”

Doorbreken van gewoontes en structuren

“Een verbindend kennisinstituut in de vorm van een samenwerkingsverband van onderzoekers uit verschillende organisaties, lijkt een veelbelovend instrument om de ontwikkelingen aan te jagen. Het NCad zou de vorming van zo’n actief consortium kunnen ondersteunen. "

"We staan pas aan het begin van de transitie want we zijn immers pas gestart. Maar dat betekent niet dat er weinig gebeurt. Binnen de wetenschap en technologie zijn volop interessante ontwikkelingen gaande. Denk bijvoorbeeld aan interactieve organ-on-a-chip, de doorontwikkeling van de organoids en artificial intelligence. Omdat het hier heel concreet wordt en vanwege de potentie om veel jonge grensverleggende onderzoekers te bundelen, zie ik het belang om dit verder aan te jagen in een virtueel instituut. Het lijkt mij goed om dit idee van virtuele bundeling van invalshoeken en expertise de komende tijd stevig te agenderen en verder uit te werken.”

COVID 19

“De transitie vereist tijd. Het NCad kan hier langdurig een stimulerende rol blijven vervullen. Verder kan het NCad blijven communiceren dat deze transitie tijd nodig heeft. Deze verandering hebben we niet van vandaag op morgen gerealiseerd. We moeten de wetenschap ook de tijd gunnen de verandering waar te maken. Een belangrijke uitdaging voor TPI is om met de wetenschappers die niet overtuigd zijn van de mogelijkheden van de transitie, in gesprek te blijven. Uiteindelijk gaat het om argumenten en niet om belangen. Het is dus een dialoog. Het NCad kan behulpzaam zijn om deze dialoog evenwichtig te voeren. Dankzij nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen ben ik de laatste jaren een stuk optimistischer geworden over de vervanging van dierproeven.

“Vroeger dacht ik dat de verandering moest komen vanuit maatschappelijke bewegingen, nu zie ik het mede vanuit de wetenschap zelf gebeuren.”

Het NCad gaat op verzoek van minister Schouten de impact van COVID-19 onderzoeken en kijkt dan, onder andere, of zich trendbreuken hebben voorgedaan en op welke wijze deze invloed hebben op het gebruik van proefdieren. De vraag of COVID 19 een kantelpunt kan zijn in de transitie naar proefdiervrije innovatie is interessant, maar is nu nog moeilijk te beantwoorden. Naast de afschuwelijke gevolgen van de huidige COVID-19 crisis, kan een crisis soms ook complexe vraagstukken in beweging brengen. Ik hoop dat we met de lessons learned uit ons onderzoek een verdere bijdrage zullen leveren aan de vermindering van dierproeven.”