‘Mensen moeten weten wat wel en niet mogelijk is’

Christine Mummery, hoogleraar en hoofd van de afdeling Anatomie en Embryologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), onderzoekt de werking van stoffen in hart en bloedvaten. Zonder proefdieren. De transitie naar proefdiervrije innovatie bekijkt ze met de nuance van de wetenschapper: ze ziet de knelpunten én de kansen.

Prof. Christine Mummery (rechts) met haar collega dr. Susana Chuva de Sousa Lopes in het lab op het LUMC.

‘Hier in ons lab werken we met menselijke stamcellen, die lijken op embryonale stamcellen. We halen ze alleen niet uit embryo’s, maar ontwikkelen ze uit lichaamsweefsel van volwassenen en kinderen. Deze stamcellen hebben hetzelfde erfelijke materiaal als de personen waarvan het weefsel afkomstig is, dus inclusief eventuele genetische afwijkingen die leiden tot ziekte. Uit die stamcellen maken we vervolgens hartcellen en bloedvatcellen.’

Minihartjes

‘En daarmee kunnen we modellen maken om stoffen op te testen. Stukjes hartweefsel, minihartjes zoals we ze noemen, maar ook chips met vatweefsel waarin we de bloedsomloop nabootsen. Deze modellen gebruiken we om vast te stellen welke stoffen een risico vormen voor hart- en vaatfuncties bij de mens. En we zoeken ermee naar nieuwe middelen tegen hart- en vaatziekten.’

Prof. Christine Mummery (links) met haar collega dr. Susana Chuva de Sousa Lopes in het lab op het LUMC.

Mummery werkt dus met zogeheten ‘humane meetmodellen’. Niet omdat ze per se proefdiervrij wil werken, maar omdat ze haar onderzoek zo goed mogelijk wil doen. ‘Muizen en ratten, de meest gebruikte medische proefdieren, bootsen het menselijk hart slecht na. Hun hartslag is 500 per minuut, bij mensen is dat 60. Ontstekingen verlopen ook anders. Als je wilt weten wat de effecten van bepaalde medicijnen zijn op het hartritme bij de mens, heb je niet veel aan een muizenhart. Toxische stoffen beïnvloeden ook vaak het hartritme; en wat dodelijk kan zijn voor de mens, is dat soms helemaal niet voor de muis. Wij doen dus graag wat meer moeite om een humaan meetmodel te maken.’

Honden

Er zijn allerlei soorten hartonderzoek. ‘Om hartkleppen en vergelijkbare devices te testen gebruikt men honden. Dat kan niet in een celkweek. In mijn soort onderzoek kan dat heel goed, terwijl men ook daarvoor vroeger hondenharten gebruikte. Het enige diermodel dat mogelijk nog beter voorspelt wat er bij de mens gebeurt, is de aap. Hier in Nederland is er bijna niemand meer die daarmee wil werken. In China doen ze dat wél. Die proeven zijn op onderdelen wetenschappelijk nu nog beter, bijvoorbeeld als het gaat om genetische verandering.’

‘Wij doen graag wat meer moeite om een humaan meetmodel te maken’

Het is alleen lastig te voorspellen of stoffen die in Aziaten een bepaald effect hebben, in Afrikanen precies hetzelfde doen. Iedere stof moet sowieso op heel veel verschillende aspecten worden getest, binnen het orgaan waar het om gaat, maar ook op bijwerkingen elders in het lichaam. Tussen al die soorten onderzoek is niet veel overlap. En dan hebben we het nog niet eens over onderzoek naar andere organen, lichaamsfuncties en ziekten. Neem kankeronderzoek: dat kan niet zonder proefdieren.

Nuance

Mummery: ‘Ik heb gelukkig de keuze, en stap zo veel mogelijk van proefdieren af. Vroeger had onze afdeling veel diervergunningen, nu haast niet meer. Het hangt af van de onderzoeksdoelen. Helemaal proefdiervrij zijn we hier in Leiden niet.’

Mummery ziet het als een verantwoordelijkheid van wetenschappers om de maatschappelijke discussie aan te gaan. ‘De nuance is soms moeilijk in te brengen, zowel bij de politiek als het grote publiek. Maar het is vaak fout om je afzijdig te houden. Wij als beroepsgroep moeten komen met de feiten, zodat beslissingen die worden genomen, een goede basis hebben. Met een verkeerde voorstelling van zaken is het debat gemakkelijk te beïnvloeden. Mensen moeten weten wat wel en niet mogelijk is – en je kunt geen goud maken van ijzer.’

Internationaal

Wat is volgens Mummery cruciaal voor een transitie naar proefdiervrije innovatie? ‘De oplossing moeten we zoeken op internationaal niveau. Landen zoals China en de VS, die gaan voor de beste medicijnen die nu haalbaar zijn, eisen dierproeven. Het thema “proefdiervrij” leeft vooral bij ons in Europa, maar hier letten we meer op de prijs. De meeste farmaceutische concerns hebben hun grootste omzetten en marktbelangen in Amerika, en gaan ook door met dierproeven als Europa hun producten niet meer wil. Maar willen wij die producten wél, bijvoorbeeld als ze beter zijn, dan moeten we hier vaak alsnog op proefdieren testen om aan de registratie-eisen te voldoen.’

Een eenzijdig besluit om dierproeven af te schaffen gaat dus niet werken. ‘Dan zouden we veel medicijnen moeten missen.’ Er is eerst Europese en vervolgens wereldwijde consensus nodig.  Daarbij speelt mee dat de benaderingen uiteenlopen. ‘In Amerika zijn ze bijvoorbeeld meer dan wij gespitst op genderverschillen. Daar testen ze dus op beide seksen. Maar als wij in Nederland honden gebruiken, zijn dat altijd mannetjes. Dat maakt nogal wat uit als je bijvoorbeeld vruchtbaarheidseffecten onderzoekt.’

‘Samen zoeken naar de best voorspellende modellen motiveert onderzoekers méér dan streven naar proefdiervrije modellen’

‘In ons type onderzoek zijn we beter af met stamcelsystemen, daarvan ben ik overtuigd. En ik meen oprecht dat humane modellen in sommige gevallen nu al een hogere voorspellende waarde hebben. Ook waar proefdieren op dit moment nog onmisbaar zijn, zie ik dat de komende twee, drie jaar veranderen. Soms speelt geld een positieve rol: proefdiergebruik is tijdrovend en gigantisch duur, dus met technologie zou je sneller én voordeliger medicijnen kunnen maken.’

‘Farmabedrijven zullen blij zijn met alternatieven. Maar het is zaak ook de regulatoren te overtuigen. Daarvoor moeten we eerst binnen de bestaande Europese systemen met bewijzen komen. Het ene land houdt hier strikter aan dierproeven vast dan het andere. Maar voldoe je in Europa eenmaal aan alle vereisten, dan nóg moet je in de VS of elders weer opnieuw beginnen. De FDA (de Amerikaanse Food & Drugs Administration, red) neemt niet zomaar registraties over van de EMA (de European Medicine Agency, red). We moeten dus in de internationale gemeenschap de dialoog aangaan. Diermodellen kunnen we zo gaandeweg, per soort onderzoek, aspect voor aspect, vervangen door humane modellen. Dat vergt veel tijd. Maar Nederland kan wel voorloper zijn.’

Creatief

Daarbij moet, benadrukt Mummery, betere wetenschap voorop blijven staan. ‘Samen zoeken naar de best voorspellende modellen motiveert onderzoekers méér dan streven naar proefdiervrije modellen. En wetenschappers zijn creatief genoeg om te zien waar de kansen liggen, waar dierproeven niet optimaal werken. Denk aan bloedvergiftiging en schizofrenie; muizen hebben daar geen last van. Zulke niches bieden ruimte voor proefdiervrije vernieuwing.’