‘Het gaat erom de stap naar de patiënt zo goed mogelijk te zetten’

Wouter Dhert, decaan Diergeneeskunde en voorzitter Utrecht Life Sciences, trad in maart namens de Vereniging van Universiteiten (VSNU) toe tot de kerngroep TPI. In dit interview geeft hij zijn persoonlijke visie op de Transitie Proefdiervrije Innovatie.

‘Je moet je serieus openstellen voor de vraag of dierproeven echt nodig zijn’

Dhert voelt zich langs verschillende sporen ‘inhoudelijk getriggerd’ door TPI. Jarenlang deed hij zogeheten translationeel onderzoek, gericht op de vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar de patiënt. ‘In onze onderzoeksgroep Orthopedie ontwikkelden we nieuwe chirurgische behandelmethoden voor mensen met aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Daarbij merkte ik dat we steeds beter in staat waren onze doelen te bereiken met minder of zelfs zonder proefdieren. Een sterk voorbeeld was een onderzoek met stamcellen in de knie. We dachten aanvankelijk dierproeven nodig te hebben voordat we aan de klinische fase konden beginnen. Maar toen zijn we goed gaan kijken naar de internationale literatuur, en wat bleek? We konden een casus bouwen met nauwelijks dierproeven om de stap naar de mens te maken. Ik heb daardoor zelf kunnen ervaren dat als je er je best voor doet, het beter lukt dan je verwacht. Maar je moet je wel serieus openstellen voor de vraag of dierproeven echt nodig zijn.’

Patiënt

Een parallel spoor is zijn hoogleraarschap aan de departementen Paard en Gezelschapsdieren van de Faculteit Diergeneeskunde. ‘Ik kreeg destijds in 2008 als opdracht het onderzoek naar dier en mens verder te integreren. Hoofdvraag: wat betekent het dier precies voor de mens, maar ook omgekeerd? Er zijn veel aandoeningen waar ook dieren last van hebben. Onderzoek daarnaar krijgt een heel andere lading wanneer het dier niet zozeer proefdier is, als wel patiënt. Daardoor weet ik dat dier en mens heel goed model voor elkaar kunnen zijn, dus ook zonder dat je met proefdieren werkt.’

Hockeyveld

‘Tegelijk zien we steeds beter dat veel dierproeven een beperkte voorspellende waarde hebben. Neem onderzoek naar behandeling van kraakbeenletsel. Als daarvoor proefdieren worden gebruikt, zijn die doorgaans gezond. Maar stel, jij krijgt op het hockeyveld een knieblessure. Voordat jij bij je huisarts zit, laat staan bij de orthopeed, gaan er dagen, weken of maanden overheen, met pijn, bewegingsbeperking, zwelling en allerlei ontstekingsfactoren in de knie. Misschien heb je ook nog andere aandoeningen die de genezing beïnvloeden, zoals diabetes of overgewicht, of ben je een flinke roker. De uitgangssituatie van jouw behandelaar is daardoor vele malen complexer dan in het standaard diermodel.’

Wat Dhert betreft is dat ook een belangrijk argument om TPI te omarmen. ‘We moeten de translatie naar de patiënt zo goed mogelijk willen maken: in elk geval beter dan nu. Dus moeten we op zoek naar andere methoden, beter voorspellende modellen. En die kunnen best wel eens proefdiervrij zijn; sterker nog, dat zouden ze bij voorkeur moeten zijn. Hoe mooi zou het zijn als je dat lukt? Die uitdaging zou iedere wetenschapper moeten aangaan. Het is zaak ook te kijken of we de mens meer als model kunnen gebruiken. Dat is riskant, maar enorm interessant om over na te denken.’

3d-bioprinting

Hoopgevende en kansrijke innovaties ziet Dhert in de ICT-simulatie, in de groeiende kennis van stamcellen, in de organoïdetechnologie (mini-orgaantjes), biomaterialen en 3d-modeling van organen en processen, inclusief 3d-bioprinting. ‘Daardoor kunnen we werken aan mogelijkheden om de in vivo-situatie beter te simuleren. Die situatie is heel complex en we zijn er nog lang niet, maar we zijn zeker op weg. Voor mij als decaan Diergeneeskunde en voorzitter van Utrecht Life Sciences is dit een echte missie. Op onze campus heb ik een mooie omgeving om alle kennis te combineren en een bijdrage aan de transitie te leveren.’

‘Met één deeltijdleerstoel “Alternatieven voor dierproeven” komen we er niet’

Een ander argument voor TPI is moreel van aard. ‘De maatschappelijke druk groeit. Ik ga niet zo ver dat ik zeg: dierproeven mogen nooit. Maar ik vind wel dat we ons uiterste best moeten doen om het met minder en bij voorkeur zónder af te kunnen. De regelgeving moet dat proces niet nodeloos hinderen. We hebben ook te maken met een veel breder systeem, dat we moeten uitdagen en proberen blijvend te veranderen. Het momentum daarvoor krijgen we als de mensen die dat willen, zich verenigen in bijvoorbeeld TPI.’

Investeren

Dhert benadrukt dat dierproeven duur zijn, maar dat ermee stoppen niet automatisch geld bespaart. Want ook alternatieven zijn duur. ‘De vraag is: wat moeten we investeren om proefdiervrij te kunnen werken? Willen we dat serieus, dan komen we er niet met één deeltijdleerstoel Alternatieven voor dierproeven. Dan moeten we een programma opzetten op meerdere, veelal interdisciplinaire wetenschapsgebieden, met op elk daarvan een onderzoeksgroep die als hoofdtaak het najagen van alternatieven heeft. Dan heb je het zo over miljoenen. Dat is een verantwoordelijkheid en uitdaging voor overheden en universiteiten gezamenlijk, voor een Nationale Wetenschapsagenda, voor een programma als TPI.’

Een cruciale randvoorwaarde is een ontwikkeling als Open Science. ‘Wanneer wetenschappelijke kennis toegankelijker wordt en beter te delen is, hoeven we dierproeven die al eens gedaan zijn, niet over te doen.’ Maar er is meer, zegt Dhert: ‘Ik zie verschuivingen in de manier waarop we onderzoeksresultaten en wetenschappelijke carrières waarderen. Publicaties in de juiste tijdschriften alleen wegen steeds minder, men kijkt steeds meer naar het belang van wat je doet voor de samenleving. Voor TPI is dat positief, omdat je niet kunt zoeken naar alternatieven zonder het risico van mislukkingen.’

Helpathons

Ook positief is dat wetenschappers in het algemeen werken aan nieuwe manieren om recht te doen aan de complexiteit van de systemen die ze onderzoeken. Dat vraagt om andere, meer complexe benaderingen. ‘En daarvoor zijn werkvormen zoals de helpathons die TPI organiseert, precies wat je nodig hebt. Je moet samen brainstormen of je het anders kunt aanpakken dan je gewend bent.’ Wat ook helpt: meer aandacht in opleidingen voor alternatieven voor dierproeven, en scholing in de toepassing daarvan. ‘Daarmee kun je denkpatronen veranderen.’

‘Ik wil wetenschappers verleiden uit hun comfortzone te stappen’

De transitie staat of valt volgens Dhert met een ambitie die alle partijen delen. ‘Daarbij moeten we wel de nuance blijven houden. Het gaat er niet om of je vóór of tegen bent, maar om datgene waarin je elkaar vindt. Ik heb begrip voor regels, bestaande denkpatronen en bezwaren, juist omdat ik bestaande routines wil doorbreken, wetenschappers wil verleiden om uit hun comfortzone te stappen en dingen anders aan te pakken.’

‘De belangrijkste vraag is: hoe gaan we hier samen iets van maken waar we echt wat aan hebben? Het hogere doel is voor mij dat we in ons wetenschappelijk onderzoek de stap naar de patiënt – mens én dier – zo goed mogelijk zetten.’

Zie ook