‘Er is veel meer mogelijk om zonder dierproeven de veiligheid van producten te waarborgen dan momenteel is toegestaan’

Unilever hanteert zeer uiteenlopende proefdiervrije benaderingen om de veiligheid van haar consumentenproducten te beoordelen en heeft toegezegd om een eind te maken aan dierproeven. Met het onderzoek op dit gebied heeft Unilever één duidelijk doel voor ogen: proefdiervrije benaderingen blijven ontwikkelen die kunnen garanderen dat Unilever-producten veilig zijn, zonder dierproeven te hoeven uitvoeren. Bij Unilever is Tino Fonteijn verantwoordelijk voor de regulatoire zaken van alle divisies (homecare, beauty & personal care en food & refreshment) in Europa, en voor food & refreshment wereldwijd.

Vergroot afbeelding Portretfoto Tino Fonteijn, directeur regulatoire zaken Unilever
Beeld: ©Unilever
Tino Fonteijn

Binnen dit brede pakket van verantwoordelijkheden moet hij veel aandacht besteden aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan de veiligheid van producten en ingrediënten, en aan de door overheden vastgestelde wettelijke eisen aan dierproeven. Dit geldt met name in verband met de zeer uiteenlopende wet- en regelgeving in de verschillende productgroepen en landen.

Al bij het begin van het gesprek komt Fonteijn met een voorbeeld van deze verschillen. ‘Een land als Rusland valt onder Europa. Bij het op de markt brengen van een homecare-product zijn dierproeven in overheidslaboratoria een verplichte stap. Hierbij gaat het om producten als wasmiddelen, luchtverfrissers en schoonmaakmiddelen. Kijk je iets verder weg, naar China bijvoorbeeld, dan zijn dierproeven ook wettelijk verplicht voor sommige personal care-producten. In de EU zijn producttests voor geen van beide groepen meer verplicht.’ In onze hele portfolio komt het echter wel eens voor dat onze leveranciers sommige door ons gebruikte ingrediënten moeten testen om te voldoen aan wet- en regelgeving in sommige markten, ook in Europa. En in het kader van die regelgeving testen sommige overheden bepaalde producten op dieren.

Als je bent opgeleid volgens de traditionele gedachtegang van de toxicologie, waarin dierproeven een grote rol spelen, is het een grote sprong om de overgang te accepteren.

Grote sprong

In Rusland werkt Unilever samen met verschillende internationale industriële partners en de autoriteiten om aan te tonen dat dierproeven niet nodig zijn voor homecare-producten. ‘Bijna tien jaar terug hebben we dit voor elkaar gekregen voor personal care, een gebied waar dierproeven heel weinig meerwaarde hebben. Destijds konden we dit aantonen, en nu proberen we mensen ervan te overtuigen dat het evengoed voor homecare geldt. De meeste bezwaren zijn psychologisch. Als je bent opgeleid volgens de traditionele gedachtegang van de toxicologie, waarin dierproeven een grote rol spelen, is het een grote sprong om de overgang te accepteren: van dierproeven voor producten naar risicobeoordeling van ingrediënten en door de OESO geaccepteerde proefdiervrije methoden, en vervolgens de uiteindelijke stap naar NGRA, next-generation risk assessment.’

‘De overgang kan niet één op één plaatsvinden. Je kunt niet zomaar alle wettelijke dierproeven vervangen door een andere vorm van testen die proefdiervrij is. Je hebt heel specifieke oplossingen nodig, en uiteraard zijn er veel wegen die naar Rome leiden. Om vergelijkbare resultaten te behalen moet je een hoop data en een hoop verschillende soorten data combineren. Dit maakt de zaak heel gecompliceerd, niet alleen in Rusland of China, maar ook in het westen.’

Als zaken voor meerderlei uitleg vatbaar zijn, gebeurt het maar al te vaak dat op dieren gebaseerde benaderingen van risicobeoordeling worden vereist en als doorslaggevend worden beschouwd.

‘Maar we moeten onze inspanningen niet alleen richten op verre landen en denken dat we hier in het westen alles voor elkaar hebben. Voorschriften over chemische stoffen en nieuwe voedselingrediënten eisen omvangrijke dossiers met veiligheidsinformatie. Als zaken voor meerderlei uitleg vatbaar zijn, gebeurt het maar al te vaak dat op dieren gebaseerde benaderingen van risicobeoordeling worden vereist en als doorslaggevend worden beschouwd.

Werk in uitvoering

Fonteijn verwijst naar de procedures voor cosmetica. ‘In Europa zijn dierproeven in deze branche allang wettelijk uitgebannen, maar het ontbreekt ons vooralsnog aan nieuwe regels voor vervangende modellen, methoden en protocollen. Hierdoor is het moeilijk om nieuwe cosmetica-ingrediënten op de markt te krijgen en wordt innovatie de kop ingedrukt. Sommigen van mijn collega’s werken al minstens dertig jaar aan alternatieven voor dierproeven, aan humane manieren om de veiligheid van consumentenproducten te testen. Dankzij SEAC (Safety & Environment Assurance Centre, centrum voor de waarborging van de veiligheid en het milieu) in het VK kunnen wij bij Unilever onze bedrijfswaarde met betrekking tot ons dierproefbeleid nastreven. De resultaten en vooruitgang die we boeken, publiceren we op de website Toxicity Testing for the 21st Century. Samen met Humane Society International zijn we daarnaast samenwerkingsverbanden aan het aangaan ter ondersteuning van wetgevingsinitiatieven voor een verbod op dierproeven voor cosmetica.

Unilever is afhankelijk van de meningen en wensen van consumenten. En het publiek in onze Brits-Nederlandse thuisbasis voelt zich uiterst betrokken bij de manier waarop wij met dieren omgaan.

In het kader van onze toezegging om een einde te maken aan dierproeven staan steeds meer van onze merken ervoor in dat er voor hun producten (en voor de gebruikte ingrediënten) geen dierproeven worden uitgevoerd, door leveranciers noch door regelgevende autoriteiten. De toezegging van deze merken om proefdiervrij te werken wordt gecertificeerd door dierenwelzijnsgroepen (PETA).

Wat is het belang van Unilever als groot commercieel bedrijf bij proefdiervrije producttests? Fonteijn: ‘De branche is verantwoordelijk voor productveiligheid. De overheid controleert en intervenieert, op basis van regels die zijn opgesteld om consumenten te beschermen. Afgezien van de ethische aspecten is Unilever afhankelijk van de meningen en wensen van consumenten. En het publiek in onze Brits-Nederlandse thuisbasis voelt zich uiterst betrokken bij de manier waarop wij met dieren omgaan. Bij het ontwikkelen van onze producten houden we hier rekening mee.’

Inhoudelijk zijn dierproeven niet altijd de beste route naar informatie over productrisico’s.

Processen in de huid

Inhoudelijk zijn dierproeven niet altijd de beste route naar informatie over productrisico’s. ‘Allergische reacties op cosmetica zijn een veel voorkomend probleem. In het verleden werden dieren gebruikt om inzicht te krijgen in de allergische reactie op blootstelling aan specifieke chemische stoffen. Het is echter veel relevanter om de fysiologische processen te bestuderen die plaatsvinden in de menselijke huid. Op dit gebied is de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt. We hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het samenstellen van een risicomodel voor allergene cosmetica-ingrediënten. Dit model zal van pas komen bij de besprekingen met dermatologen en autoriteiten over risicobeoordeling en risicobeheer van huidallergie.

Het specificeren en verankeren van prestaties als deze, en het inbedden ervan in de wet- en regelgeving, is een lastig proces. Dit geldt met name als het doel is om harmonisatie te bewerkstelligen, om te waarborgen dat overal en voor iedereen, bij voorkeur over de hele wereld, eenvormige regels gelden. ‘Dit zou beslist efficiënter zijn in een internationale markt als de onze. Uiteraard is Unilever niet het enige grote bedrijf dat de voordelen ervan inziet. Andere multinationals bevinden zich op hetzelfde traject. Daarom werken we op verschillende niveaus samen met de branche, met overheden en met ngo’s om vast te stellen welke regelgeving breder kan worden toegepast.’

De Europese regelgeving over productveiligheid blijkt een zeer geschikt model te vormen. ‘De manier waarop we hier in Europa dingen regelen trekt de belangstelling van Chinese bedrijven, en zelfs overheden. Ze willen weten hoe ze de Europese regels kunnen naleven en welke praktische stappen ze kunnen ondernemen om bijvoorbeeld de bedrijfsvoering van hun fabrieken te verbeteren. We laten hun graag weten wat we van de Europese wetgeving vinden, wat er goed gaat en waar volgens ons nog ruimte voor verbetering is. Zij vinden deze informatie nuttig, en wij helpen hen de weg te gaan die volgens ons de juiste is.’

Vertrouwensband

‘Mijn collega’s bij SEAC staan nauw in contact met de universiteiten in Leiden, Utrecht en Wageningen en nog een groot aantal instellingen wereldwijd. Er moet nog een hoop wetenschappelijk onderzoek worden verricht, voordat NGRA-benaderingen zijn vastgesteld voor alle eindpunten en zijn ingebed in alle relevante wetgeving voor alle productgroepen wereldwijd. Maar ik ben ervan overtuigd dat er al meer betrouwbare proefdiervrije testmethoden beschikbaar zijn om de veiligheid van producten te waarborgen dan momenteel zijn toegestaan. We grijpen ieder mogelijk forum aan om uit te leggen wat we doen en waar NGRA voor staat, en om onze kennis te delen. Uiteindelijk willen we acceptatie door belanghebbenden bevorderen: NGRA moet zijn weerslag vinden in de wet- en regelgeving.

‘Ook in dit opzicht kan TPI een verschil maken, omdat het zonder generatievernieuwing bijna onmogelijk zal zijn om bepaalde traditionele toxicologische reflexen af te schudden.’

Unilever heeft veel respect voor het initiatief TPI (Transitie naar Proefdiervrije Innovatie): dit vormt een link tussen de academische wereld en de overheid en helpt een vertrouwensband op te bouwen. ‘Daarom keek ik erg uit naar jullie TPI-bijeenkomst van afgelopen maart, die ook werd bijgewoond door veel mensen die werken met onze wetenschappelijke deskundigen van SEAC. Het verbaasde mij dat er niet meer vertegenwoordigers van de branche waren. Ik sta altijd open voor interactie met de mensen die de wet- en regelgeving maken.’

Generatievernieuwing

Fonteijn is van mening dat TPI een mooie gelegenheid zal bieden om de proefdiervrije agenda vanuit Nederland te promoten. ‘We kunnen het tot Europa uitbreiden. Dit is het niveau waarop we voorstellen nodig hebben en waarop het acceptatieniveau omhoog moet. Dit zou vervolgens een basis moeten vormen voor besprekingen met de VS en andere landen.’

Volgens Fonteijn is een van de sterke punten van TPI het feit dat er veel jongeren bij betrokken zijn. ‘Ook in dit opzicht kan TPI een verschil maken, omdat het zonder generatievernieuwing bijna onmogelijk zal zijn om bepaalde traditionele toxicologische reflexen af te schudden.’