Waarom TPI

Wat kunnen we beter zonder proefdieren?

Deze vraag staat centraal in dit partner-programma voor versnelling van de transitie naar proefdiervrije innovatie.

Wat kunnen we beter voor de gezondheid van patiënten die goede medicijnen nodig hebben zonder bijwerkingen. Beter voor de gezondheid van werknemers en consumenten die veilige schoonmaakmiddelen en verf moeten kunnen gebruiken. En beter voor de gezondheid van omwonenden van fabrieken en akkers waar veilig geproduceerd wordt.

Wetenschappers, ondernemers en maatschappelijke organisaties zien steeds meer mogelijkheden voor onderzoek en testen zónder dieren. Nieuwe geneesmiddelen of chemische stoffen kunnen ze ook met bijvoorbeeld cellen in een kweekglas, organen op chip, big data, kunstmatige intelligentie en computermodellen onderzoeken op veiligheid en werkzaamheid.

De transitie is hiermee een maatschappelijk gegeven. De transitie is gaande, maar het gaat niet vanzelf. Daarom neemt het ministerie van LNV sinds 2018 de regie in een samenspel van tien partners die de transitie willen versnellen.

Hoe kunnen we versnellen?

Proefdiervrije innovatie is een breed begrip. Een nieuwe techniek die een dierproef één-op-één vervangt is een proefdiervrije innovatie. Maar het is ook complexer. De innovatie kan zich richten op het hele proces van uitvinding, via beoordeling tot toegang tot de markt van medicijnen en andere producten met chemische stoffen.

Ook als er al wel proefdiervrije modellen voor onderzoek zijn ontwikkeld, zijn deze vaak nog weinig gevalideerd, dat wil zeggen door de wetenschappelijke wereld en in de regelgeving erkend. Om proefdiervrije innovaties als toereikend te erkennen is een andere referentie dan ‘de dierproef’ nodig. De transitie gaat daarom ook over het maken van zo’n nieuwe referentie. En over vertrouwen verwerven in die referentie.

Het idee is nu dat met zo’n nieuwe standaard en met een massa proefdiervrije innovaties, dierproeven meer en meer overbodig kunnen worden. Daarbij hebben we te maken met grote, ingrijpende veranderingen. Vaak kosten die veel tijd en geld. Ze vragen om een cultuurverandering, om onderwijs en om passende richtlijnen. Zo willen we werken aan het welzijn van proefdieren én de gezondheid van de mens.

Het is moeilijk te voorspellen hoe het aantal dierproeven af zal nemen. ‘Meer proefdiervrije innovaties’ is helaas niet evenredig aan ‘minder dierproeven’. Zolang dierproeven gedaan worden is zorg voor welzijn van proefdieren van belang met vermindering en verfijning van dierproeven. Want niet in alle onderzoekdomeinen zijn er mogelijkheden om dierproeven te vervangen.

Verdiepen, verankeren, verbreden

De TPI-partners willen proefdiervrije innovatie-praktijken verdiepen. En ze willen wat al proefdiervrij kan in regels verankeren. Om innovatie verder te brengen is het verder nodig om het netwerk ook internationaal te verbreden.

Door elkaars verhalen te horen en kennis te delen kunnen onderzoekers, startups, onderzoekfinanciers, testontwikkelaars, beoordelaars, bedrijven en beleidsmakers hun grenzen verleggen. Alleen in een samenspel met alle relevante partijen kunnen we de transitie naar proefdiervrije innovatie versnellen.

De tien partners gaan de komende jaren:

  • verhalen delen en dialoog voeren;
  • onderzoeksporen voor doorbraken programmeren;
  • met humane modellen meten;
  • in vitro modellen met AI combineren;
  • een nieuwe veiligheidsbeoordeling bouwen;
  • over proefdiervrij van covid-19 leren;
  • streefbeelden voor proefdiervrij onderwijs en onderzoek formuleren;
  • tools die helpen versnellen waar mogelijk inzetten, zoals:

​​​​​​♦   goede registratie van onderzoeksresultaten;
♦   een meetlat voor proefdiervrije instituten;    
♦   een logistiek voor vitaal weefsel van operatietafel naar onderzoekslab.